Achterste kruisband

De achterste kruisband is de meest stevige band van het kniegewricht. Het is de centrale pijler die zorgt voor stevigheid tussen het dijbeen (femur) en scheenbeen (tibia). De achterste kruisband ligt midden in de knie, achter de voorste kruisband. De aanhechtingen van de achterste kruisband zijn de binnenzijde van het femur en de achterzijde van de tibia. De belangrijkste functie van de achterste kruisband is het beperken van de beweeglijkheid van het onderbeen naar achteren. (bron: rpajanssen.nl)

 

Achterste kruisbandletsel
Een scheur of oprekking van de achterste kruisband is een zeer ernstig letsel van de knie. Het kan onstaan bij geforceerd naar achteren drukken van het onderbeen t.o.v. het bovenbeen of bij ernstige overstrekking van de knie. De meest voorkomende oorzaken zijn verkeersongelukken (knie tegen dashboard en motor of brommerongevallen). Het komt ook voor bij contactsporters indien het onderbeen naar achteren wordt getrapt door een tegenstander (bijvoorbeeld voetbal en rugby). Afhankelijk van de richting van het trauma en de stand van het onderbeen, kan aanvullende schade aan de knie ontstaan. Dit betreft meestal schade aan de buitenachterzijde van de knie (posterolaterale instabiliteit), kniebanden, meniscus en voorste kruisband. Botbreuken kunnen ook voorkomen. Een achterste kruisbandletsel komt vaak voor bij knieluxaties (knie uit de kom). We spreken van een knieluxatie als meer dan 2 kniebanden beschadigd zijn. De achterste kruisband scheurt maar zelden uit het bot. Meestal rekt de band op en blijft de continuïteit intact.

 

Diagnose
Een achterste kruisbandscheur komt niet vaak voor. Om die reden wordt de diagnose regelmatig gemist in minder ervaren handen. De diagnose wordt gesteld aan de hand van het verhaal van de patiënt, lichamelijk onderzoek, stressröntgenfoto’s en eventueel MRI onderzoek. Helaas is de MRI niet altijd betrouwbaar bij een oprekking van een achterste kruisband. Het herkennen van bijkomende letsels (met name de posterolaterale instabiliteit, meniscus, voorste kruisband en bloedvaten) is erg belangrijk voor een juiste behandeling. Tintelingen in onderbeen en voet, na de knieblessure, zijn suggestief voor een bijkomend posterolateraal hoekletsel (komt voor bij 30% van de patiënten).
We spreken van een acuut letsel indien de diagnose achterste kruisbandletsel wordt gesteld binnen 2-3 weken na het letsel. Hierbij is genezing mogelijk (zie Behandeling). Na die tijd heet het letsel chronisch en herstelt de band niet meer spontaan.

 

Klachten
Twee soorten klachten kunnen voorkomen bij een letsel van de achterste kruisband: een doorzakgevoel en patellofemorale pijnklachten (zie Pijn knieschijf). Het doorzakgevoel ontstaat omdat het onderbeen t.o.v. het bovenbeen tever naar achteren beweegt. Het doorzakgevoel wordt vaak ervaren bij trap aflopen. De knieschijfpijn wordt veroorzaakt doordat het onderbeen naar achteren zakt. Hierdoor neemt de druk en het hevelmoment op de knieschijf toe met pijn als gevolg.

 

Behandeling

Acuut achterste kruisbandletsel
De oprekking van de achterste kruisband kan spontaan genezen indien het letsel binnen 2 weken na het ongeval adequaat wordt behandeld (zie Casus Acuut achterste kruisbandletsel). Een gipskoker, met goed naar voren houden van het onderbeen, is noodzakelijk voor een periode van 6 weken. In die tijd loopt u met krukken en mag u het been gedeeltelijk belasten. Na deze 6 weken volgt een revalidatie van enkele maanden om de kniefunctie en conditie van het been te herstellen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze conservatieve behandeling net zo effectief is als een operatie bij een acuut letsel.

Chronisch achterste kruisbandletsel
Een chronisch achterste kruisbandletsel geneest niet meer spontaan. Het operatief vervangen van de achterste kruisband (= achterste kruisband reconstructie) is alleen noodzakelijk bij een instabiel gevoel van de knie of ernstige patellofemorale pijnklachten. Het dragen van een speciale brace wordt eerst verricht om te beoordelen of een reconstructie de oplossing is voor de klachten. Deze brace heet PCL Jack of PCL Rebound brace. De brace vangt de functie van de achterste kruisband op. Een bijzonder veersysteem zorgt dat het onderbeen, ook bij buigen van de knie, op de juiste plaats wordt gehouden.
Een operatieve reconstructie van de achterste kruisband heeft dus nut indien de klachten in de brace duidelijk afnemen. Een achterste kruisband reconstructie is, vergeleken met een voorste kruisbandoperatie, een uitgebreidere ingreep met meer beperkingen in de revalidatie (zie Protocol Achterste Kruisband). Indien er ook sprake is van een posterolaterale instabiliteit van de knie, moet deze ook worden behandeld. Dit heeft invloed op de duur van de operatie. De revalidatie blijft identiek.

 

De operatie
De operatie wordt verricht via een kijkoperatie techniek. De oorspronkelijke achterste kruisband kan niet worden gebruikt en wordt verwijderd. De achterste kruisband wordt vervangen door een eigen lichaamspees of, indien dit niet meer beschikbaar is (bv door eerdere knieoperaties), een donorpees. Deze pees wordt vastgezet in kanalen van het femur en tibia, in hetzelfde verloop als de oorspronkelijke achterste kruisband. De botkanalen worden geboord onder röntgencontrole tijdens de operatie. De pees wordt vastgezet met speciale fixatiematerialen. Deze hoeven later niet te worden verwijderd. Na de operatie wordt een gips in strekstand aangelegd. Een draintje zorgt voor het afvloeien van overtollig knievocht na de operatie. De drain wordt de volgende dag verwijderd op de afdeling. Rondom de operatie krijgt u 24 uur antibiotica via een infuus. Tromboseprofylaxe is noodzakelijk voor 6 weken; dit kunt u zelf en leert u van de verpleegkundige in het ziekenhuis.

 

Na de operatie
De dag na de operatie leert u lopen met 2 krukken door de fysiotherapeut. U mag het been gedeeltelijk belasten. De gemiddelde opnameduur is 2-3 dagen. Het been blijft in het gips (in strekstand voor de eerste 2-3 weken) tot de zwelling is afgenomen. Daarna kan uw eigen PCL Jack of PCL Rebound brace weer worden gedragen. Voordeel is dat u de knie dan weer kunt buigen. De buiging van de knie oefent u zelf (met de brace om) en wordt geleidelijk opgebouwd. Totale brace bescherming is 3 maanden. Dit is noodzakelijk om de nieuwe achterste kruisband te laten genezen. De brace dient dag en nacht te worden gedragen; zo niet rekt de nieuwe band teveel op. Na drie maanden mag de brace af. U gaat dan intensiever oefenen met uw eigen fysiotherapeut. De totale revalidatie na operatie duurt 6-12 maanden (zie Protocol Achterste Kruisband).
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat een beperkte speling blijft bestaan in de knie na een achterste kruisband reconstructie. Het doorzakgevoel is bij de meeste patiënten verdwenen.

 

Complicaties
De kans op complicaties is klein (1%): infectie, schade aan bloedvat of zenuw, trombose of compartimentsyndroom. De achterste kruisband loopt achter in de knie: een beschadiging van de nabij gelegen poplitea slagader is een mogelijke complicatie. Om die reden wordt er tijdens de operatie röntgencontrole gebruikt. Internationaal is afgesproken dat achterste kruisbandoperaties dienen te worden uitgevoerd door een ervaren knie orthopedisch chirurg in gespecialiseerde kniecentra. Een vaatchirurg moet beschikbaar zijn bij eventuele vaatcomplicaties.

 

bron: rpajanssen.nl